Mathieu Klomp is gefascineerd door de menselijke drang om monumenten te maken. Standbeelden verwijzen naar een persoon – soms levend, soms dood, soms fictief. Echter, een beeltenis is zelf ook een autonome verschijning en kan een eigen karakter hebben. De beelden van Mathieu Klomp verwijzen niet naar iets externs en moeten als het ware “zichzelf uitvinden”. De beelden tonen een conflict tussen het verhevene, mythologische enerzijds en het alledaagse, persoonlijke anderzijds. Het materiaal refereert tegelijk aan marmer maar ook aan vergankelijk afval. In “Herdenking I” treffen we een ruiter aan die nog bezig is op het paard te klimmen, terwijl het paard doorgraast. Het hevige zwart-wit contrast draagt bij aan een dramatisch effect, al is het niet duidelijk wie de persoon is. Hij zou een held, een schurk, of zomaar een mens kunnen zijn – levend of niet levend, krachtig of kwetsbaar. Door deze tegenstellingen op te zoeken wil Mathieu Klomp iedere toeschouwer in staat stellen een eigen, persoonlijke “dialoog” met het beeld te krijgen.