Het werk van Marije Koelewijn komt tot stand door associaties waar ze een spel mee speelt. Haar werk vertelt over het alledaagse en is als een antenne die het leven afspeurt naar oneffenheden of bijzonderheden die geassocieerd en meegenomen worden in een wereld van dieren.

Veel van haar beelden gaan over dieren. Het dier als personificatie van de mens. Ze vertolken menselijke eigenschappen. Dit geeft de mogelijkheid om met een knipoog te communiceren over gebeurtenissen en het alledaagse. De vragen die vaak ontstaan door wat er in mensenlevens gebeuren, gaan mee in een maalstroom van fantasie. De knipoog die meebeweegt kan soms gezien worden als moraal, maar ze geeft de voorkeur aan het trachten te verklaren. Zo creƫert ze een eigen verhaal met soms een tevreden antwoord, soms een snijdend antwoord en soms een humoristisch antwoord. Haar beelden zijn uitingsvormen die uiteenlopen maar ook samenkomen in relativering, idealisering en kritiek op de maatschappij al dan niet door middel van humor. Beelden dragen betekenissen in zich die niet altijd meteen gezien worden, maar die er door haar wel ingelegd zijn. Daarmee doelt ze op dat het beeld uit twee realiteiten bestaat. Het uiterlijk en het innerlijk. De buitenzijde waarin zich in elke laag een betekenis kan bevinden en de binnenzijde waarin ze haar verhaal, beweegredenen en standpunten legt. Zo kan het werk het ene moment gaan over maatschappelijke misstanden en het andere moment over een familielid.